Jung, religie en de wetenschap

De psychologie van Carl Jung (1875-1961) geeft een totaalvisie op de mens en op religie. Volgens kleinzoon psychiater Baumann zal het nog jaren duren voordat de wereld inziet hoezeer zijn opa het bij het juiste eind had.

Ook Jungs oudste kleinzoon Dieter Baumann (75) kent de verhalen van mysterieus klapperende deuren en geestverschijningen. Hij logeerde bij zijn opa in Zwitserland toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, en bleef daarom drie jaar bij hem wonen. ,,Er is wel eens iets raars gebeurd, maar dat kan ik niet vertellen, dat is te persoonlijk.''

Baumanns leven is sterk door zijn opa benvloed. Zelf werd hij ook psychiater. Dit weekeinde was hij in Nederland op een symposium in Nijmegen over de boodschap van Jung voor de 21ste eeuw. Het symposium was georganiseerd door het Jungiaans opleidingsinstituut SUW, dat de leer van Jung in opleidingen tot 'Jungiaans therapeut' en 'tarotist' uitdraagt.

,,Jung heeft nooit aan tarot gedaan'', zegt Baumann. ,,Hij deed aan I Ching en heeft ook mij daarin ingewijd. Soms waren de uitkomsten zeer verrassend.'' Dat het opgooien van wat muntjes leidt tot een toevallig resultaat, wil Baumann niet horen. ,,Jung noemde dit 'synchroniciteit'. Zo had hij eens een patiŽnte waar hij niets mee kon. Ze had weinig zelfinzicht en was bang. Jung vroeg vertwijfeld aan haar wat ze die nacht hadgedroomd. Iets over een kever, zei ze. Terwijl ze het zei, vloog er een kever tegen het raam. Jung opende het raam en gaf haar de kever. Vanaf toen ging het beter met haar.''

,,Die vrouw wist natuurlijk van niks, maar de kever is een archetypisch symbool van wederopstanding'', verklaart Baumann. ,,Wel erg stug dat het hier om toeval zou gaan, toch?'' Omdat de droom en de echte kever deel zijn van dezelfde werkelijkheid die ook op een niet-causale maar anderszins betekenisvolle manier samenhangt, kon het gebeuren dat de echte kever en het droombeeld ervan samenkwamen, meent Baumann.,,Dit moeten we geen bijgeloof noemen, het is psychologie.''

De wetenschap neemt Jungs theorieŽn niet erg serieus, maar dat zal veranderen, gelooft Baumann. ,,De erfenis van Jung is zo vooruitstrevend, dat het nog wel eventjes zal duren voordat de universiteiten zo ver zijn.''

Jung was voor het verschijnsel religie wel van groot belang omdat hij de traditionele bovenwereld van de goden herleidde tot de psychische binnenwereld. Voorstellingen zoals van God, Jezus of engelen waren volgens hem 'archetypische beelden' afkomstig uit het 'collectief onbewuste'. Zo gaf hij deze voorstellingen een 'doorstart' in een tijd waarin ze ontmaskerd werden als 'alleen maar projectie'.

Kun je zeggen dat Jung een archetypische reformator van religie was, zoals eerder Calvijn de traditionele religie op de grondvesten deden schudden? ,,Een archetypische reformator was hij ergens wel: hij probeerde religie en wetenschap te verzoenen.''

Jungianen kunnen maar moeilijk accepteren dat Jungs ideeŽn best heel waardevol kunnen zijn, maar daarmee nog niet wetenschappelijk. Voor de wetenschap kan het 'collectief onbewuste' met zijn 'archetypen' niet door de beugel. Jung zag archetypen als onbewuste machten in de derde persoon, niet erg verschillend van de traditionele goden, engelen en duivels, even metafysisch, maar dan gelokaliseerd binnen de mens - een metafysische theorie, geen wetenschappelijke.

Was Jung dus een gelovige? Aan het eind van zijn leven antwoordde Jung op de vraag 'gelooft u in God?': 'Nee, ik weet.' Dat klinkt misschien fundamentalistisch, maar dat was het niet, zegt Baumann. ,,Jung had alleen hypotheses, heeft zich er nooit 'verkleefd', was altijd bereid ze te herzien. Dat is het grote aan hem. Hij zei: 'ik weet' omdat hij zijn ideen in de ervaring bevestigd zag. Hij had God ervaren.''

,,Jung heeft gezegd: 'mijn werk is meer voor volgende generaties dan voor mijn tijdgenoten bedoeld''', zegt publicist Hans Gerding in een beschouwing over de waarde van Jung voor de 21ste eeuw. ,,Op grond van wetenschappelijke argumenten bracht Jung religie binnen de muren van het academisch establishment voor het voetlicht. Je zou dus denken dat met wat Jung aandraagt de mensen naar de mogelijkheden op zoek zouden gaan. Maar daarvoor hebben ze de vrijheid niet. Vrijheid is bedreigend en daarom is men gevlucht van afhankelijkheid van de kerk naar afhankelijkheid van wetenschap, consumentisme, tv, drugs, liefdeloze seks en macht.''

Maar Jung zal volgens Gerding in deze eeuw doorbreken. ,,Een voorhoede luistert niet meer kritiekloos naar traditioneel-religieuze en wetenschappelijke dogma's. Het gaat deze voorhoede om de empirische religie, de ervaring van het goddelijke.'' Deze voorhoede komt volgens Gerding voort uit een veel bredere basis van mensen die alternatieve geneeswijzen en 'paracultuur' serieus nemen. Vanzelfsprekend rekent Gerding zijn toehoorders tot deze vrije, onafhankelijke voorhoede.

,,Jung maakte zich zorgen'', zegt kleinzoon Baumann, ,,omdat velen de traditionele religie verworpen maar gevaarlijke pseudo-religies gingen aanhangen, zoals het fascisme en het communisme. Maar ook spirituele stromingen kunnen pseudo-religieus zijn, daar had Jung scherp oog voor. Die kunnen soms zelfs collectief besmettelijk zijn.'' Als mensen zeiden dat ze een mystieke eenheidservaring hadden, dan vond Jung dat ze zich vergisten. Baumann: ,,Iemand die het verschil tussen de binnen- en de buitenwereld kwijtraakt, 'eenheid' tussen hem en de buitenwereld zou ervaren, wordt knettergek.''

,,Jung heeft heel diepe religieuze ervaringen gehad, maar is altijd kritisch gebleven. De mens is op zijn hoogst de drager van het goddelijke, maar nooit God zelf. Dat gebeurt met sommige spirituele bewegingen: zij voelen zich het grote licht zelve. Dat is destructief. Jung heeft altijd oog gehouden van het kwaad, en de mens en ook naast God.''

Heeft Baumann wel eens iets kwaads in Jung zien opduiken? Baumann herinnert zich nog de zeiltochten die hij met zijn opa maakte. ,,Jung schold me altijd verschrikkelijk uit als ik het zeil niet goed en snel optrok. Hij gebruikte allemaal moeilijke zeiltermen en ik moest het maar gelijk goed doen. Even later was er geen vuiltje meer aan de lucht, was het alsof hij niets gezegd had. Jung zal het wel niet geweten hebben, maar er zijn oude contracten van scheepsjongens in Genua bewaard gebleven waarin naast het loon en de verplichtingen is opgenomen dat scheepslieden het recht hebben om te vloeken. Het toelaten van gevloek getuigt van grote wijsheid.''

(Uit: Trouw, Religie en Filosofie, 21 oktober 2002, Koert van der Velde)

Zie ook: Jung en de archetypen